Tips voor ondernemers en rechtspersonen

1. Houd rekening met wijziging in de RDA

Per 1 januari 2016 wordt de Research & Developmentaftrek (RDA) hoogstwaarschijnlijk samengevoegd met de WBSO. Die samenvoeging heeft tot gevolg dat voor beide innovatieregelingen dezelfde voordeelpercentages gaan gelden en dat het plafond vervalt. Door deze wijzigingen kan het verstandig zijn om nog snel kosten te maken voor de RDA of dit juist uit te stellen.

Let op!
Heeft u in de afgelopen jaren een RDA-beschikking gehad voor een 20%-deel van S&O-uitgaven van € 1 miljoen of meer, dan geldt een overgangsregeling. Deze resterende 20%-delen mag u in de komende kalenderjaren nog opvoeren onder de nieuwe samengevoegde regeling.

2. Let op wijzigingen S&O-afdrachtvermindering

In verband met de geplande samenvoeging van de RDA en de WBSO per 1 januari 2016, wordt de S&O-afdrachtvermindering aangepast. Enkele wijzigingen op een rij:
· Het schijventarief en de schijfgrenzen worden aangepast.
· Het starterspercentage in de eerste schijf gaat van 50% naar 40%.
· Het plafond in de S&O-afdrachtvermindering vervalt.
· Er wordt een forfait in de S&O-afdrachtvermindering geïntroduceerd.
· Publieke kennisinstellingen worden uitgesloten van de regeling.
· Er zijn enkele wijzigingen in subsidiabele werkzaamheden.

Let op!
Vraag uw WBSO voor 2016 uiterlijk 30 november 2015 aan. Komt uw aanvraag later binnen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), dan gaat de WBSO ook later dan 1 januari 2016 in! Voor zelfstandig ondernemers geldt dat zij nog tot en met 1 januari 2016 de tijd hebben om hun WBSO-aanvraag in te dienen voor innovatiewerkzaamheden die op die datum starten.


Tip:
RVO.nl heeft een handleiding opgesteld voor de WBSO 2016. Deze is terug te vinden op de site van RVO.nl onder publicaties.

3. Kans op krediet vergroot

Heeft uw onderneming geld nodig? Kijk dan of u in aanmerking komt voor een MKB-krediet. Er komt bijna een miljard aan extra financiering beschikbaar. Een MKB-krediet is een zakelijke lening voor een kredietbehoefte van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000 voor startende en bestaande ondernemers in het MKB. Ook zijn er nieuwe kredietmogelijkheden voor het MKB gelanceerd.

Wilt u bijvoorbeeld een bedrijfspand kopen, een verbouwing financieren, investeren in inventaris of vervoersmiddelen of een bedrijf overnemen, dan kan het MKB-krediet uitkomst bieden.

Tip:
Op www.nationalefinancieringswijzer.nl kunt u nadere informatie vinden.

4. Maak gebruik van de investeringsaftrek

Heeft u in 2015 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen? Kijk dan of u in aanmerking komt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. U dient wel investeringen te hebben gedaan tussen de € 2.300 en € 309.693. Komt u onder de drempel van € 2.300? Dan kan het misschien aantrekkelijk zijn om nog voor het eind van het jaar een investering te doen. Dreigt u het maximum van € 309.693 te overschrijden, dan kan het wellicht aantrekkelijk zijn om uw investeringen uit te stellen naar 2016.

Tip:
Het kan ook lonen om grote investeringen te spreiden over meerdere jaren. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt.

Voldoet u aan alle voorwaarden? Doe in de aangifte 2015 dan een beroep op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Heeft u in het verleden ook investeringen gedaan zonder beroep op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, dan kunt u alsnog binnen vijf jaar de Belastingdienst verzoeken om toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

5. Houd rekening met de desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer terug moet betalen. Houd hier dus rekening mee. Door de vijfjaarsgrens kan het handig zijn om een desinvestering nog even uit te stellen.

6. Zoek uit voor welke investeringsregelingen u in aanmerking kunt komen

Wanneer u milieuvriendelijk of energiezuinig investeert, zijn er diverse interessante fiscale investeringsfaciliteiten, zoals de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) of de willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (VAMIL). Toets of u in aanmerking komt voor de EIA, MIA of VAMIL.

Let op!
Voor EIA en MIA/VAMIL moet u de investering melden bij RVO.nl, binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan. Bent u te laat, dan komt u niet meer in aanmerking voor de aftrek!

Tip:
U kunt naast de EIA of de MIA/VAMIL ook gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Voor toepassing van de EIA en de MIA/VAMIL moet u investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Tweedehands bedrijfsmiddelen komen dus niet in aanmerking. Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek hoeft een bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn.

7. Beoordeel uw voorlopige aanslag en voorkom hoge belastingrente

De regels omtrent de rente bij de Belastingdienst zijn de afgelopen jaren drastisch gewijzigd. Zo is de rente zeer hoog, zeker in vergelijking met het huidige rendement op een spaarrekening. Daarnaast behoort sparen bij de Belastingdienst tot het verleden, omdat in principe geen rente meer vergoed wordt. Gelukkig kunt u de hoge belastingrente voorkomen door tijdig een juiste voorlopige aanslag aan te vragen.

Tip:
De Belastingdienst berekent pas rente vanaf 1 juli na afloop van het belastingjaar. Voor het belastingjaar 2015 wordt dus vanaf 1 juli 2016 belastingrente in rekening gebracht. Heeft u een gebroken boekjaar, dan moet u nu al opletten. Bij een gebroken boekjaar wordt namelijk vanaf de zevende maand na afloop van het boekjaar rente berekend. Eindigt uw boekjaar bijvoorbeeld op 1 juli 2015, dan bent u vanaf 1 januari 2016 rente verschuldigd.

De belastingrente bedraagt momenteel voor de vennootschapsbelasting 8,05%. Voorkom deze hoge rente en zorg dat uw voorlopige aanslag overeenstemt met de werkelijkheid. Dit geldt niet alleen voor de vennootschapsbelasting. Voor andere belastingen (waaronder de inkomstenbelasting) is de rente misschien minder hoog, maar met 4% nog steeds fors.

Let op!
Is uw aangifte 2014 nog niet ingediend en is de gerealiseerde winst anders dan waarmee in uw voorlopige aanslag(en) rekening is gehouden? Zorg dan zo snel mogelijk voor een nadere voorlopige aanslag en voorkom dat de hoge rente langer doorloopt dan nodig is.

8. Pas ook uw te hoge voorlopige aanslag aan

Sparen bij de Belastingdienst is al een tijdje niet meer mogelijk. Heeft u een bedrag van de Belastingdienst tegoed, bijvoorbeeld omdat uw voorlopige aanslag te hoog is, dan krijgt u over het algemeen geen rente vergoed.

Tip:
Is uw voorlopige aanslag te hoog, verzoek dan om een lagere voorlopige aanslag. Laat u het geld bij de Belastingdienst staan, dan krijgt u hierover geen rente vergoed.

9. Beoordeel uw winst

Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht overschrijdt u net de belastingschijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000. Hierboven bedraagt de belasting 25% in plaats van 20%. Of komt u in de inkomstenbelasting in het hoogste tarief? Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld een geplande investering over 2016 naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op uw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Tip:
Wijkt uw winst af, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkomt u de hoge belastingrente of, bij een teruggave, voorkomt u dat uw geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

10. Vraag uitstel van betaling aan

Kunt u uw belastingschulden (tijdelijk) niet op tijd voldoen? Vraag dan kort telefonisch uitstel van betaling aan de Belastingdienst. De Belastingdienst verleent maximaal vier maanden uitstel van betaling. De Belastingdienst verleent alleen kort telefonisch uitstel als:
· uw totale openstaande belastingschuld minder dan € 20.000 bedraagt,
· u nog geen dwangbevel heeft gekregen voor de openstaande belastingschuld,
· in de openstaande belastingschuld geen onbetaalde vergrijpboete is begrepen,
· u voor de openstaande belastingschuld niet eerder uitstel van betaling kreeg en
· er geen sprake is van een aangifteverzuim, oftewel u heeft altijd tijdig aangifte gedaan.

Let op!
Een belastingschuld waarvoor u uitstel van betaling heeft in verband met een bezwaarschrift telt niet mee voor de grens van € 20.000. Houd er ook rekening mee dat de Belastingdienst u wel invorderingsrente in rekening brengt.


Tip:
Denkt u dat u uw openstaande belastingschulden niet binnen maximaal vier maanden kunt betalen? Vraag dan meteen schriftelijk uitstel van betaling aan voor een langere periode. De Belastingdienst verleent namelijk geen uitstel van betaling voor aanslagen waarvoor al eerder kort telefonisch uitstel van betaling is verleend.

11. Bedrijfsmiddel verkocht? Vorm een herinvesteringsreserve

Ga na of u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht heeft en daarbij boekwinst heeft behaald. U kunt dan de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben en houden. De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel? Dan kunt u de herinvesteringsreserve afboeken op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

Tip:
Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld uw bv? Dan mag u als terbeschikkingsteller ook een herinvesteringsreserve vormen
.

12. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen

Heeft u in het verleden al een herinvesteringsreserve gevormd? Kijk dan of uw herinvesteringstermijn niet is verlopen. Dit betekent dat u de herinvesteringsreserve die u in 2012 gevormd heeft, nog vóór 31 december 2015 moet benutten. Zo niet, dan komt de herinvesteringsreserve vrij te vallen en bent u belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op!
Gaat u de herinvesteringstermijn niet halen? U kunt dan in bijzondere omstandigheden en onder strikte voorwaarden de herinvesteringstermijn laten verlengen. Dit kan alleen met toestemming van de Belastingdienst.

13. Maak gebruik van uw ondernemingsverlies

Heeft u ondernemingsverlies geleden in het verleden, kijk dan of u deze op tijd kunt verrekenen met uw ondernemingswinsten. U kunt namelijk uw verlies in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Uw ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kunt u verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip:
Loopt u het risico dat uw verlies verloren gaat vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om uw winst te verhogen. U kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden.

Let op!
Heeft u in 2009, 2010 of 2011 gebruikgemaakt van de verruimde verliesverrekening, dan bedraagt uw voorwaartse verliesverrekening maximaal zes in plaats van negen jaar. Een openstaand verlies uit 2009 kan dan alleen nog met een winst in 2015 verrekend worden en zal daarna verloren gaan.

14. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan

Heeft u in 2014 een winst behaald, maar sluit u 2015 vermoedelijk af met een verlies? Dan kunt u de Belastingdienst na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2015 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2014.

Let op!
Voorlopige verliesverrekening levert u een liquiditeitsvoordeel op, want u kunt sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening.


Tip:
Heeft u in 2013 een winst behaald en heeft u 2014 met een verlies afgesloten? Vraag dan na indiening van de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2014 om voorlopige verliesverrekening. Ook in dit geval zal de Belastingdienst dan alvast 80% van dit verlies 2014 verrekenen met de winst van 2013.

15. Houd rekening met wijziging van VAR naar modelovereenkomsten

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) verdwijnt en wordt vervangen door modelovereenkomsten. De Eerste Kamer moet nog instemmen, maar de plannen zijn bekend.

Het was de bedoeling dat de VAR vanaf 1 januari 2016 zou worden afgeschaft, maar onlangs is bekend geworden dat dit is uitgesteld tot 1 april 2016.

Tip:
Tot 1 april 2016 kunt u zich als opdrachtgever in ieder geval beroepen op de vrijwarende werking van de VAR.


Als de VAR definitief is afgeschaft, kunt u alleen nog vrijwaring krijgen als u werkt volgens door de Belastingdienst beoordeelde en goedgekeurde modelovereenkomsten. Het is overigens niet verplicht om volgens zo’n overeenkomst te werken, maar u krijgt dan niet de gewenste vrijwaring. Op de website van de Belastingdienst is al een aantal beoordeelde en goedgekeurde modelovereenkomsten te vinden. U kunt bovendien uw eigen overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen ter goedkeuring.

16. Overleg met uw uitlener/onderaannemer over een G-rekening

Het is per 1 januari 2016 niet meer mogelijk om rechtstreeks te storten naar de Belastingdienst. De zogenoemde WKA-depotrekeningen worden per die datum opgeheven. Voor inleners en aannemers betekent dit dat een rechtstreekse storting hen niet meer vrijwaart van de inleners- en ketenaansprakelijkheid voor de loonheffingen en de btw. Vanaf 1 januari 2016 kan alleen een storting op een G-rekening van de uitlener of de onderaannemer nog vrijwaring opleveren.

17. Vraag btw over facturen van niet-betalende debiteuren terug

U kunt btw die u al heeft afgedragen maar niet (meer) van de debiteur kunt innen, terugvragen bij de Belastingdienst. Dit moet u doen in een apart verzoek. U kunt deze btw niet terugvragen op een suppletieformulier of in de normale btw-aangifte. Vraag de btw op tijd terug. Op dit tijd wil zeggen binnen één maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin is gebleken dat de debiteur niet zal betalen.

Tip:
Stuur de factuur mee.

18. Meld verbreken fiscale eenheid voor de btw zo snel mogelijk

Indien u niet langer voldoet aan de voorwaarden voor het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw, loopt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schulden voor alle ondernemingen binnen de fiscale eenheid door tot het moment de Belastingdienst schriftelijk op de hoogte is gesteld van het verbreken van de fiscale eenheid. De fiscale eenheid wordt niet met terugwerkende kracht beëindigd. Meld daarom het verbreken van de fiscale eenheid btw zo snel mogelijk schriftelijk bij de Belastingdienst en voorkom dat de aansprakelijkheid langer dan noodzakelijk blijft bestaan.

19. Houd de herzieningstermijn in de gaten

Heeft u in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het aanschafjaar en de negen opvolgende jaren wordt gecorrigeerd als die onroerende zaak meer of minder wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties en btw-vrijgestelde prestaties. Als de verhouding van het gebruik btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan u uitging op het moment van aanschaf, dan moet u meer of minder btw betalen. Deze herzienings-btw geeft u op in de laatste btw-aangifte van het jaar. Uw adviseur kan u hierover meer vertellen.

Let op!
Ook voor roerende zaken waarop wordt afgeschreven of waarop kan worden afgeschreven geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter vijf jaar.

20. Verricht uw huurder nog voldoende btw-belaste prestaties?

Verhuurt u een onroerende zaak en heeft u met uw huurder gekozen voor btw-belaste verhuur? Let er dan op dat uw verhuurder ten minste 90% (sommige situaties 70%) btw-belaste prestaties verricht. Doet hij dat niet meer, dan mag u niet langer btw-belast verhuren aan deze huurder, maar moet u vrijgesteld verhuren. Dit heeft gevolgen voor uw inkoop-btw – bijvoorbeeld op onderhoud –, die dan niet langer aftrekbaar is. Bovendien loopt u binnen de herzieningstermijn aan tegen gedeeltelijke herziening van de btw op de aanschaf van de onroerende zaak. Uw huurder is verplicht om u binnen vier weken na afloop van het boekjaar te informeren als hij de onroerende zaak niet ten minste 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op!
Als de huurder in een jaar niet voldoet aan de voorwaarde dat hij de onroerende zaak voor ten minste 90% btw-belast gebruikt, hoeft u niet in alle gevallen de btw-belaste verhuur met terugwerkende kracht te corrigeren naar vrijgestelde verhuur. Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.


Tip:
Vraag uw huurder om binnen vier weken na afloop van het boekjaar schriftelijk aan u te verklaren of hij de onroerende zaak ten minste 90% zakelijk gebruikt.

21. Verricht uw koper nog voldoende btw-belaste prestaties?

Heeft u een onroerende zaak verkocht en met de koper geopteerd voor btw-belaste verkoop? Dan geldt het jaar van levering en het daarop volgende jaar als referentieperiode. De koper moet binnen vier weken na afloop van die referentieperiode verklaren of hij de onroerende zaak voor ten minste 90% (sommige situaties 70%) heeft gebruikt voor btw-belaste prestaties. Heeft hij de onroerende zaak voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties gebruikt, dan wordt de levering van de onroerende zaak met terugwerkende kracht een btw-vrijgestelde levering. Dit heeft btw-gevolgen voor de verkoper en koper. Onze adviseurs kunnen u hierover meer vertellen.

Tip:
Vraag de koper van de met btw geleverde onroerende zaak om binnen vier weken na de referentieperiode te verklaren of het btw-belaste gebruik ten minste 90% is.

22. Denk aan privégebruik auto in uw laatste btw-aangifte

Gebruikt u als ondernemer de auto van de zaak ook privé, dan moet u voor de btw met dit privégebruik rekening houden. De eventueel verschuldigde btw geeft u aan en betaalt u bij de laatste btw-aangifte van het jaar.

De btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik van een zakelijke auto kunt u aftrekken voor zover u de auto gebruikt voor belaste omzet. Als u deze auto ook privé gebruikt, moet u over het privégebruik btw betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip:
Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

Let op!
U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een kilometeradministratie bijhouden.

23. Let op verlaagde drempel opgaaf ICL

Levert u aan ondernemers in andere EU-lidstaten? Dan moet u vanaf 1 januari 2016 uw opgaaf intracommunautaire leveringen (ICL) per maand doen indien het totaalbedrag van deze leveringen hoger is dan € 50.000 per kwartaal. Tot nu toe bedroeg deze drempel € 100.000.

Tip:
Houd rekening met de verlaging van de drempel van € 100.000 naar € 50.000 en beoordeel of u vanaf 1 januari 2016 maandelijks ICP-opgaaf moet gaan doen. Zorg dat u tijdig opgaaf doet. Als de opgaaf ICP niet of niet tijdig wordt ingediend, kan de Belastingdienst verzuimboetes opleggen.





Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Bentacera kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Verschijningsdatum: 6 november 2015

Wij maken tijd

  • De zaken goed op een rij hebben
  • Grip op processen krijgen
  • Betere balans tussen leven en werken
  • Wij maken tijd door te bentaceren!

Alles in de cloud

bentaceraapp

Alles op één plek: de Bentacera cloud!

Meer weten?