Je onderneming waarderen: meer dan een rekensom

Gepubliceerd op 29 mei 2017
Je onderneming waarderen: meer dan een rekensom

Na jarenlang investeren in je onderneming, komt eens het moment dat je gaat verkopen. Voor veel ondernemers is dit de belangrijkste deal die zij in hun leven doen. Het is daarom belangrijk dat je (in)zicht heb op de waarde van je onderneming. En niet alleen bij verkoop is dat van belang, maar ook bij uitbreiding van je onderneming of overname van een ander bedrijf.

Er bestaan veel misverstanden over de waardebepaling van ondernemingen. Deze misverstanden berusten op een aantal onjuiste veronderstellingen:

▪ Waarde is gebaseerd op het verleden
▪ Waarde is gebaseerd op winst
▪ Waarde is objectief

Het verleden is slechts van belang voor zover deze van invloed is op de verwachtingen voor de toekomst. Ontvangsten en uitgaven uit het verleden kunnen geen waarde meer creëren. De koper moet de koopsom immers terugverdienen uit de toekomstige geldstromen. Winst is een boekhoudkundig begrip en staat los van geldstromen. Alleen vrije geldstromen hebben waarde omdat deze beschikbaar zijn voor de aandeelhouders en verschaffers van vreemd vermogen. Iedere partij heeft zijn eigen verwachtingen over de toekomst van de onderneming. Dit geldt voor zowel de geldstromen als voor het risico dat gepaard gaat met de onderneming. Waarde wordt daarom bepaald vanuit het oogpunt van een van de partijen die bij een transactie is betrokken (de ‘beschouwende’ partij) en is dan ook per definitie subjectief.

Dat waarderen meer is dan een rekensom blijkt onder meer bij het voorspellen van de toekomstige geldstromen. Vrije geldstromen zijn de geldstromen die beschikbaar zijn voor de vermogensverschaffers in de vorm van dividend, rente en aflossingen. Bij het inschatten van de omvang van de geldstromen worden vaak een of meer van de volgende fouten gemaakt:

1. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. In de vermogenskostenvoet is bij het bepalen van de risicovrije voet een opslag opgenomen voor de verwachte inflatie. Dit betekent dat ook bij het bepalen van de geldstromen, zowel bij de ontvangsten als de uitgaven, rekening gehouden moeten worden met inflatie. Doe je dat niet, dan komt de berekende waarde te laag uit.

2. Er wordt te weinig aandacht besteed aan het verleden. Dat waarderen draait om toekomstige geldstromen, betekent niet dat het verleden niet van belang is. Om kasstromen goed in te schatten is een analyse van de financiële positie, marktomstandigheden, het management en de (verdedigbare) voorsprong van een bepaalde onderneming (bijvoorbeeld een innovatief product of merknaam) nodig. Deze factoren bepalen in belangrijke mate de mogelijkheden van de onderneming in de toekomst.

3. Bij het waarderen wordt uit praktische overwegingen onderscheid gemaakt tussen de planperiode en de restperiode. Praktisch, omdat het niet mogelijk is de kasstromen tot in het oneindige per jaar te berekenen. Standaard wordt vaak een planperiode van vijf jaar gebruikt. Het is echter van belang dat de lengte van de planperiode juist wordt gekozen. In het laatste jaar van de planperiode moet de onderneming in een stabiele situatie zijn beland. Een stabiele geldstroom houdt in dat een situatie ontstaat waarbij de kasstromen alleen nog toenemen met de inflatie. Dat betekent onder meer dat de investeringen en afschrijvingen gelijk zijn.
Ga je niet uit van een stabiele geldstroom, dan ga je er impliciet van uit dat er sprake is van oneindige reële groei. Dat is erg onrealistisch. Een onderneming die beter presteert dan de markt, zal op een gegeven moment worden geconfronteerd met toetreders tot de markt en dus toenemende concurrentie. De omzet zal daardoor stagneren of de marges komen onder druk te staan.

4. Vaak wordt bij het bepalen van de kasstromen geen aandacht besteed aan de fiscale positie, waardoor geen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld verrekenbare verliezen en belangrijke fiscale aftrekposten. Deze kunnen van grote invloed zijn op de omvang van de geldstroom.

Angst voor te positieve inschatting van de geldstromen kan er gemakkelijk toe leiden dat de geldstromen te voorzichtig worden ingeschat. In dat geval zou de waarde (veel) te laag worden vastgesteld, vooral als aan de ene kant de kasstromen te voorzichtig worden ingeschat en aan de andere kant bij het bepalen van de vermogenskostenvoet voorzichtigheidshalve een te hoge risico-opslag wordt ingebouwd.

Tips:
1. Bestudeer brancherapporten van banken en brancheorganisaties. Op basis daarvan kun je beoordelen hoe de onderneming presteert ten opzichte van zijn concurrenten en wat de trends zijn en hoe perspectief is in een bepaalde branche.
2. Neem met een fiscalist de fiscale positie van de onderneming door per waarderingsdatum. Verliezen zijn niet altijd (onbeperkt) verrekenbaar.
3. Voor afwijkende stijgingen en dalingen is een goede verklaring nodig om realistisch te kunnen zijn. Denk daarbij aan het hockeystick-effect.
4. Ga uit van marktconforme uitgangspunten voor bijvoorbeeld management- en huurvergoedingen.
5. Angst voor een te hoge waardering leidt vaak tot een te lage waardering.
6. Bij twijfel: bel De Valck Dealmakers voor een waardebepaling of een second-opinion!

Natuurlijk zijn er meer situaties waarbij een waardebepaling zinvol is, zoals bij een echtscheiding, het bepalen van strategisch beleid of bij het berekenen van een schadeclaim.

Martin Nicolai RA RV
De Valck Dealmakers

Wij maken tijd

  • De zaken goed op een rij hebben
  • Grip op processen krijgen
  • Betere balans tussen leven en werken
  • Wij maken tijd door te bentaceren!

Alles in de cloud

bentaceraapp

Alles op één plek: de Bentacera cloud!

Meer weten?